
Op radioaalsmeer.nl verschijnt iedere zondag een nieuwe column geschreven door en voor een Aalsmeerder of Kudelstaarter. Deze week de columnist E.H. van der Plas met zijn zevende column getiteld: ‘Drukte op het water, stilte in het besef’.
Het begint altijd onschuldig.
De eerste warme dag van het jaar, een voorzichtig zonnetje dat het water laat glinsteren, en ergens in de verte het geluid van een buitenboordmotor die na een lange winter weer tot leven komt. Op de Westeinderplassen betekent dat maar één ding: het vaarseizoen is begonnen. En met het vaarseizoen komt de drukte. Veel drukte.
Bij de botenhelling aan de Kudelstaartseweg is het ieder jaar weer een soort openluchttheater. Auto’s met trailers die in drie pogingen achteruit proberen te rijden (en dat is optimistisch), omstanders die fanatiek meecoachen alsof ze bij een Formule 1-pitstop horen, en ergens iemand die roept: “Iets naar links!” — zonder erbij te zeggen wiens links precies bedoeld wordt. Het heeft iets aandoenlijks. Totdat je zelf staat te wachten. Dan verliest het snel zijn charme.
Want waar het vroeger nog voelde als een gezamenlijk begin van de lente, lijkt het nu steeds meer op de spits — maar dan op het water. Meer boten, grotere boten, snellere boten. En opvallend vaak boten met geluidsinstallaties die blijkbaar ook geschikt zijn om een klein festival in Amsterdam van stroom te voorzien.
De Westeinderplassen zijn allang niet meer alleen van de rustige visser of het stel dat fluisterend langs de rietkragen dobbert. Nee, ze zijn tegenwoordig ook van de kapitein die vindt dat zijn muzieksmaak een publiek verdient van minimaal drie kilometer in omtrek. En ergens is dat knap. Je moet het maar durven: midden op het water denken dat iedereen zit te wachten op jouw playlist.
Maar er is nog iets dat minder grappig is: de eilandjes. Veel mensen denken bij die groene stippen in het water: “mooi, even aanleggen.” En eerlijk is eerlijk: er zijn openbare eilandjes waar dat ook gewoon mag. Maar een groot deel van die eilandjes is particulier bezit. Van mensen die daar hun rust zoeken, hun steiger onderhouden, misschien een klein huisje hebben. Geen decor voor een spontane invasie van onbekenden met koelboxen en bluetooth-speakers.
En toch gebeurt het.
Sterker nog: het blijft niet altijd bij “even aanleggen”. Er worden vernielingen aangericht. Steigers die beschadigd raken, spullen die verdwijnen of stukgaan, plekken die duidelijk met zorg zijn onderhouden en er na een druk weekend bij liggen alsof er een klein, ongeorganiseerd festival heeft plaatsgevonden, maar dan wel zonder vergunning én zonder schoonmaakploeg. Dat vraagt toch een bepaald niveau van zelfvertrouwen. Of onverschilligheid. Dat je op andermans eiland staat en denkt: dit komt wel goed.
De nieuwe aanpak tegen overlast, met waarschuwingen en uiteindelijk ingrijpen, klinkt daarom logisch. Want wie op een zonnige zaterdagmiddag over de plassen kijkt, ziet naast gezelligheid ook een soort varende competitie: wie kan het hardst, het snelst en het luidst? En soms ook: wie trekt zich het minst aan van wat van een ander is.
Maar regels alleen gaan het niet oplossen. Het probleem zit niet alleen in gedrag, maar in iets wat we allemaal herkennen: het idee dat “mijn dag op het water” net iets belangrijker is dan die van de rest. Dat een beetje harder varen nog wel kan. Dat die muziek best nog een tandje omhoog mag. En dat grenzen — letterlijk en figuurlijk — vooral iets zijn voor anderen.
Alleen… zo werkt het dus niet.
Wat hier speelt, is eigenlijk heel Nederlands. We willen ruimte, rust én reuring — het liefst allemaal tegelijk en op dezelfde plek. De Westeinderplassen moeten een natuurgebied zijn, een recreatieplek én een soort drijvend terras. En de eilandjes? Die zijn óf iemands eigendom, óf gedeelde plekken waar “gedeeld” soms verdacht veel lijkt op “laat maar liggen”.
Dat is een ambitieuze combinatie.
Misschien begint de oplossing dan ook niet bij strengere regels, maar bij iets veel simpelers — en eerlijk gezegd ook een stuk moeilijker: een klein beetje besef. Dat niet elk eilandje van jou is. Dat openbaar niet hetzelfde is als zorgeloos. En dat respect voor een plek soms begint met iets heel basaals: er niets slopen. En ja, dat betekent soms dat je de muziek nét niet op standje festival zet. Dat je niet aanlegt waar dat eigenlijk niet de bedoeling is. Of (een revolutionair idee) dat je je eigen troep weer meeneemt en andermans spullen met rust laat.
Klinkt saai? Misschien. Maar gek genoeg wordt het daar voor iedereen een stuk leuker van.
E.H. van de Plas
Onder het pseudoniem E.H. van de Plas observeert een geboren en getogen streekbewoner het dorpsleven met milde verbazing, warme spot en een vleugje nostalgie. Hij schrijft met lichte ironie over het leven in en rond Aalsmeer en Kudelstaart. Zijn blik is nuchter, zijn pen scherp, zijn hart plaatselijk. Columns vol scherpe oogjes en zachte tikjes op de vingers opgeschreven vanaf een denkbeeldig bankje aan de Westeinderplassen.
Gepubliceerd: 12 april 2026 om 9:00 uur, geschreven door Elbert Huijts
Studio
De Oude Veiling
Marktstraat 19
1431 BD Aalsmeer
Telefoon
0297 - 325858
E-mail
info@radioaalsmeer.nl