De verhalenreeks 'Onderweg' door Martin Spaargaren (3): Sjeng en het Gompiepark

In de verhalenreeks ‘Onderweg’ (iedere laatste zaterdag van de maand een verhaal op radioaalsmeer.nl) ontmoet Martin Spaargaren mensen die hij tegenkomt in en rond Aalsmeer. Toevallige gesprekken op straat, in een wachtruimte of, zoals dit keer op de Aalsmeerse Kerkweg, groeien uit tot kleine portretten van gewone mensen met bijzondere verhalen. Ontmoetingen zonder afspraak, maar met aandacht – want wie luistert, hoort altijd meer dan verwacht. Deze week zijn derde verhaal.

SJENG EN HET GOMPIEPARK

Tijdens mijn ‘rondje-Kerkweg’ besloot ik even te kijken bij de brandnieuwe jeu de boules-baan aan de Hogedijk. Daar stond Sjeng geparkeerd. Hij was niet meer zo kwiek als destijds, zeker tien jaar geleden, toen ik hem had leren kennen tijdens een optreden van Spoony Boys. Als een oude wilg zat hij in zo’n elektrisch wagentje, aangesloten op een zuurstoftank.

Toen ik “Hoi!” zei en wilde passeren, zei Sjeng in zijn Limburgs-light tegen mij:  “Weet je dat deze kerk indertijd voor nog geen 20.000 gulden werd gebouwd?” Hij wees op de Oudkatholieke. Nou nee, ik had geen idee. Toch vond hij het goed dat ik met hem meeliep, even bij Buitenveen kijken. Wat had hij ook weer verteld? Hij vertelde onderweg dat hij vroeger in de mijnen werkte. Door naar hier te verhuizen en in de bloemen te gaan werken, probeerde hij stoflongen te ontlopen. Nu had hij COPD–sigaretten, landbouwgif, anjers verven in de sloot naast de veiling…

We gingen de Kerkweg af, richting Aalsmeerderweg en beneden sloegen we linksaf. “Hier in dat ‘Buitenveen’ komt een ‘dokter Bonstraat’. Een belangrijke Aalsmeerder, volgens de gemeente. Maar ik vraag me af: is dat de Ajax-dokter Bon of z’n vader?” Geen idee, Sjeng. “Eén van de oudkatholieke bisschoppen daar,” vervolgde hij toen, hij wees met z’n duim over z’n schouder, “was een Bon. Ik vraag me af of dat familie is van dokter Bon. En van z’n vader.” Zijn zinnen bleven kort door zuurstofgebrek.

We bereikten de borden waarop de bouw van ‘Buitenveen’ werd verheerlijkt. We keken uit op een troosteloze zandvlakte. Vroeger stonden daar kassen en daar achter boomgaarden waar je fijn peren kon jatten. (Gieser Wildeman stoofperen, niet te vreten, zo uit de boom!).
Met enige moeite wees Sjeng naar de bouwgrond. “Moet je nou toch eens kijken, wát een armoe!” Ik maakte duidelijk dat ik niet helemaal begreep waarop hij doelde.
Hij vervolgde in horten en stoten: “Volgens mij is de naam ‘Buitenveen’ voor een stinkende plak veen zwaar overdreven. Het is bedacht om geldvolk te lokken, die zich met het Amsterdamse Bos als achtertuin vreselijk succesvol vinden. Ze hébben alles! Maar zijn niets. Kooplui, meer niet!”

Als hij kwaad wordt, worden zijn zinnen nóg korter, merkte ik op. Woede vergt blijkbaar veel zuurstof. ‘Rustig Sjeng, rustig, je moet nog langer mee dan vandaag,’ dacht ik.
“Waarom heet het niet Oosteinder Staete? Nee: ‘Buitenveen’ en wat dacht je van ‘Westeinderhaghe’. Die plak bagger langs de Westeinder bij Kudelstaart? Ordinaire dikdoenerij om geldvolk te lokken!”

Hij bleef even stil, de zuurstof was op. In gedachten maakt ik snel aantekeningen.

“Bouwen voor arbeiders is er niet meer bij. Arbeiders die hun eigen huis kunnen betalen, stemmen tegenwoordig VVD!” Hier ging hij me iets te snel. “’t Is de grote truc van de VVD om arbeiders in staat te stellen een eigen huis te kopen. Ze hebben links leeg getrokken; al die modelburgers zitten nu diep in de rats vanwege het mogelijke wegvallen van het belastingvoordeel voor huiseigenaren! Dat door de rest van hardwerkend Nederland via de belasting wordt betaald! Dat geldvlok ziet een eigen huis als investering, als ze flink geld kunnen vangen voor hun hok, verkopen ze het weer en verhuizen ze naar een vergelijkbare wijk .”

Hij moest even afkoelen en flink zuurstof inhaleren.

“Van sociale samenhang in zo’n wijk is geen sprake omdat er geen bewonerskern ontstaan,” probeerde ik en Sjeng knikte naar de tovenaarsleerling.
“Weet je,” zei hij wat later op een veel rustiger toon, “dit hier is gewoon Aalsmeer Oost. Gewoon Aalsmeer Oost. Niks Oosteinder Staete, niks Buitenveen. Het veen is ook al anderhalve eeuw weg.

“Weet je naar wie ze de straten moeten noemen? Niet naar Maup van Staaveren of naar professor Berghoef, nee: naar Dirk de melkboer, die jaren lang, dag in dag uit met z’n paardje door Oost sjokte om zuivel aan de man te brengen. En de bakker–hetzelfde verhaal. Naar Dirk de groenteman, die als de mensen uit armoe zijn groenten niet konden betalen, ze uitstel kregen tot het vakantiegeld of de kinderbijslag werd uitbetaald! Naar de ijsboer van de Oosteinderweg. Die verkocht ijsjes van een dubbeltje, de dure waren vijftien cent. Winkels waren daar toen niet, ik denk dat De Mik de eerste was.

“Waarom worden die straten niet vernoemd naar de eerste bewoners van Plan Blom? De pioniers? Ouwehand, Lieuwerink, Braak, eh… Millenaar!”

Voor een Limburger is Sjeng akelig goed op de hoogte, dacht ik en zijn idee was me duidelijk geworden. “Dus dan hebben we de Dirk de Groenteboerlaan, de Dirk de Melkboeravenue–hoe heet die ijsverkoper?” Sjeng haalde zijn schouders op en schudde zijn hoofd. “Okay,” vervolgde ik, “die krijgt op z’n minst een straat; de bakker?”

“Ja, daar zeg je me wat. Het was in de tijd van ‘Bums dwars gebakken’; Duitsers lachten zich helemaal dood! Maar hoe die nou heette? Eh…” Nee, hij wist het niet meer. “Maar weet je wat mooi zou zijn? Als er een Gompiepark zou komen. Met een vijvertje, de ezelsopvang, een paar oude paarden misschien, die rustig in een stukkie weiland paard of ezel staan te zijn.”

Met een grote grijns vertelde hij toen: “Bij de familie Braak hadden ze een hond. Die heette Gompie. Dat was een bruin geval met flaporen en die was gek op de paardenvijgen van melkboer Dirk. Gompie sleepte zijn veroveringen het huis in en legde ze keurig naast elkaar op de bank.”

Ik zag het voor me–of nee, liever niet. “Maar denk je dat de hardwerkende Nederlander aan het Gompiepark zouden willen wonen? De Dirk de Melkboerstraat?”

Hij keek me aan, zuchtte diep en staarde over de zandvlakte.

Martin Spaargaren | Onderweg (3) april  2026
Foto: Elbert Huijts | Radio Aalsmeer

Gepubliceerd: 25 april 2026 om 12:00 uur, geschreven door Elbert Huijts

Studio
De Oude Veiling
Marktstraat 19
1431 BD Aalsmeer

Telefoon
0297 - 325858
E-mail
info@radioaalsmeer.nl

×